
Je kunt analoog (of “traditioneel”) tekenen, dat wil zeggen: pen of potlood en papier. Maar kunt ook digitaal tekenen: bijvoorbeeld op een tekentablet of IPad. Voor opdrachtgevers werkt Copic bijna uitsluitend digitaal.
Maar binnen het digitale tekenen zijn er nog vele keuzes te maken. Eén van die keuzes is: teken ik in vectoren of in pixels? Hieronder ga ik kort in op het verschil.
Een pixel is het kleinste bouwsteentje van een tekening (of foto). Als je tekent op een scherm, registreert de tekenapplicatie precies welke pixels worden aangepast. Uiteindelijk heb je dan een digitaal bestand waarin informatie is bewaard over alle pixels.
Dit betekent dat je veel geheugen nodig hebt om een groot en scherp bestand te maken. Het is namelijk zo dat een scherpe tekening meer pixels heeft dan een minder scherpe tekening. Dit noemen ze de resolutie van een bestand.
Tijdens het tekenen met pixels merk je dat je veel vrijheid hebt en dat het eigenlijk best veel lijkt op analoog tekenen. Het nadeel is wel dat een bestand heel groot kan worden als je uiteindelijk een groot formaat wilt laten drukken (groot en scherp betekent meer pixels betekent groter bestand).
Je kunt makkelijk ontdekken of je met een pixel-tekening te maken hebt. Probeer de tekening maar eens uit te vergroten op je computerscherm. Wordt hij wazig, dan zijn het pixels!

De bekendste pixelbestandformaten zijn JPG, PNG en GIF.
Hier zie je een project van Copic waarin pixeltekeningen zijn gebruikt.
Een vector is een wiskundige formule met als uitkomst een richting. Als je bijvoorbeeld een schuine, rechte lijn tekent, maakt het tekenprogramma er (op de achtergrond) een formule van en slaat deze op. De lijn die je hebt getekend en op het scherm ziet, is dus eigenlijk de uitkomst van die formule!
Voor een rechte lijn is dat nog wel te volgen, maar als je een hele tekening op deze manier maakt, zijn de formules mega-complex.
Toch nemen deze complexe formules veel minder geheugen in beslag dan de pixelinformatie waar we het hierboven over hebben gehad. Daardoor blijven de bestanden een stuk kleiner.
Het allergrootste voordeel van vectortekeningen is schaalbaarheid. Omdat wiskundige formules exact zijn (1 + 1 = 2 en niet 1 + 1 is ongeveer 2), zijn de lijnen van de tekening ook exact zoals je bedoeld hebt. Ook al wordt een tekening 1000 keer groter afgedrukt, de lijnen blijven haarscherp.

Voor vectortekeningen heb je andere software dan voor pixeltekeningen. Gelukkig heb je tegenwoordig voor vectoren hele fijne programma’s die ervoor zorgen dat de tekenervaring vergelijkbaar is aan het tekenen in pixels.
Bekende formaten zijn: SVG, EPS, AI.
Hier zie je een project van Copic waarin gebruikt gemaakt is van vectortekeningen.
Dat was behoorlijk wat informatie. Hieronder in het kort de verschillen op een rijtje.
| Pixels | Vectoren | |
|---|---|---|
| Geschikt voor | Foto’s en complexe beelden | Logo’s, illustraties, tekst |
| Bestandsgrootte | Kan groot worden bij hoge resoluties | Meestal stuk kleiner |
| Detailniveau | Goed voor veel detailwerk | Minder geschikt voor veel details |
| Schaalbaarheid | Kwaliteitsverlies bij groter maken | Oneindig schaalbaar |
Tot zover deze introductie. Mocht je meer willen leren over dit onderwerp, dan is dit een goed vertrekpunt.
Heb je een mooi project in gedachten, maar twijfel je nog over de aanpak? Neem contact met op voor persoonlijk advies.